Nieuwe publicatie

Schommelingen in zoutgehalte na hersentumoroperatie in gebied boven het Turkse zadel
Dit artikel van dr. Kruis in samenwerking met onder andere kinderneurochirurgen van Lindert, Han en Hoving gaat over de consequenties van schommelingen in het natriumgehalte in het bloed na een operatie in en rondom het Turkse zadel.

In dit artikel gaat het over operaties aan hersentumoren in een specifiek gebied in de hersenen: in en boven het Turkse zadel. De meest voorkomende tumor in dit gebied is een craniofaryngeoom. Deze tumor kan zorgen voor hormoonveranderingen, problemen met het zien en hoofdpijn.
In dit gebied ligt onder andere de hypofyse. Dit is een belangrijk orgaan dat verschillende hormonen uitscheidt. Eén van de hormonen die de hypofyse aan het bloed afgeeft, is het antidiuretisch hormoon (ADH). Dit hormoon helpt bij het regelen van de hoogte van de bloeddruk en regelt de hoeveelheid urine die wordt aangemaakt. Na een operatie in de buurt van de hypofyse kan dit proces tijdelijk of blijvend verstoord raken, wat kan leiden tot centrale diabetes insipidus (CDI). Bij CDI wordt door de nieren veel vocht uitgescheiden, waardoor iemand veel moet plassen en veel dorst krijgt. Hierdoor kunnen schommelingen in het natriumgehalte optreden.
De hoeveelheid natrium (een zout) in het bloed is belangrijk voor de vochtbalans, de bloeddruk en het samentrekken van spieren. Schommelingen in het natrium kunnen leiden tot veranderingen in deze processen.

Dit artikel beschrijft hoe vaak centrale diabetes insipidus en schommelingen in het natriumgehalte voorkomen en wat de gevolgen daarvan zijn. Voor het onderzoek is gekeken naar alle kinderen die een hersentumoroperatie kregen in de buurt van de hypofyse in een periode van 10 jaar (2004-2013). Bij 67.5% van de kinderen ontstond een centrale diabetes insipidus. Van deze kinderen had 75.3% in de eerste tien dagen na de operatie schommelingen in het natriumgehalte. Kinderen met blijvende CDI hadden ernstigere schommelingen in het natriumgehalte dan kinderen met tijdelijke CDI of kinderen zonder CDI.
Kinderen met centrale diabetes insipidus (CDI) bleken vaker een veranderde mentale status te hebben dan kinderen zonder CDI. Een veranderde mentale status houdt in dat de kinderen minder alert of slaperiger zijn, dat ze minder goed opdrachten kunnen uitvoeren of minder goed kunnen praten. Bij kinderen met een laag natriumgehalte in het bloed was er vaker een veranderde mentale status en kwamen vaker epileptische aanvallen voor.

Centrale diabetes insipidus en schommelingen in het natriumgehalte komen regelmatig voor na een hersentumoroperatie in de buurt van de hypofyse. Dit kan leiden tot een veranderde mentale status en tot meer epileptische aanvallen na de operatie. Het is daarom belangrijk dat er goed in de gaten wordt gehouden of dit optreedt. Dit kan het best plaatsvinden in ziekenhuizen die hier veel ervaring mee hebben.


Lees hieronder het abstract (Engelstalige samenvatting):

PURPOSE: Severe fluctuations in plasma sodium concentration and plasma osmolarity, including central diabetes insipidus (CDI), may have significant influence on postoperative morbidity and mortality after pediatric brain tumor surgery.The aim of this study was to describe the frequency, severity and neurological consequences of these fluctuations in pediatric brain tumor survivors.
METHODS: A retrospective, multi-institutional chart review was conducted among all children who underwent brain tumor surgery in the sellar or suprasellar region in seven university hospitals in the Netherlands between January 2004 and December 2013.
RESULTS: Postoperative CDI was observed in 67.5% of 120 included children. Fluctuations of plasma sodium concentration ≥ 10 mmol/L/24 h during the first ten postoperative days were seen in 75.3% of patients with CDI, with a maximum delta of 46 mmol/L/24 h. When compared to patients without CDI, altered mental status occurred more frequently in patients with postoperative CDI (5.1 vs. 23.5% respectively, p = 0.009). Low plasma sodium concentration was related to altered mental status and the occurrence of seizures. Frequency and severity of fluctuations in plasma sodium concentration during the first ten postoperative days were significantly higher in patients with permanent CDI at last follow-up than in patients with transient CDI or without CDI (p = 0.007).
CONCLUSION: Postoperative CDI is a common complication after pediatric brain tumor surgery in the sellar or suprasellar region. Extreme plasma sodium concentrations and large intra-day fluctuations still occur and seem to influence the postoperative neurological course. These results illustrate the need for intensive monitoring in a highly experienced center.


Artikel link: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29623580
Kruis RWJ, Schouten-van Meeteren AYN, Finken MJJ, Oostdijk W, van Trotsenburg ASP, Boot AM, Claahsen-van der Grinten HL, van Lindert EJ, Han KS, Hoving EW, Michiels EMC, van Santen HM.

Management and consequences of postoperative fluctuations in plasma sodium concentration after pediatric brain tumor surgery in the sellar region: a national cohort analysis.
Pituitary.
2018 Aug;21(4):384-392. doi: 10.1007/s11102-018-0886-2.