Inleiding
Het geheugen is het vermogen van een mens om informatie te onthouden. Het omvat drie belangrijke aspecten, namelijk het opslaan, het vasthouden (‘bewaren’) en het terugzoeken van informatie. Het geheugen is van groot belang omdat het ons in staat stelt om te leren. Het geheugen zit in de hersenen, maar niet op één plek.

Het geheugen is er niet alleen voor taal, maar ook voor plaatjes zoals gezichten, voor geuren en zelfs voor bewegingen. Als je ooit hebt leren fietsen of zwemmen, blijk je dat niet meer te vergeten. Mensen staan niet zo gauw stil bij de werking van het geheugen tot het moment dat het geheugen wat minder goed werkt en ze dingen gaan vergeten. Om te begrijpen hoe dit komt, is het van belang om eerst inzicht te krijgen in hoe het geheugen werkt.


Waar ligt het geheugen in de hersenen?

In de hersenen is er niet een enkele plaats aan te wijzen waarvan je kunt zeggen: hier zit het geheugen. Er zijn verschillende gebieden in de hersenen die een bijdrage leveren aan het geheugen. In grote lijnen ziet het geheugenproces er als volgt uit:
De informatie komt de hersenen binnen via onze zintuigen: ogen, oren, neus, huid en tong. De thalamus – een gebied diep in de hersenen – speelt de hoofdrol in het ontvangen en doorgeven van zintuiglijke prikkels aan verschillende gebieden, waaronder de hersenschors (ook wel cortex genoemd), de buitenste laag van de grote hersenen.

De hersenen slaan de informatie op in verschillende gebieden, zoals de hippocampus en amygdala. Op een later moment kunnen we deze informatie weer tevoorschijn te halen.
De hippocampus ligt aan de onderkant van de slaapkwab, diep in de hersenen. Bij het opslaan van emoties in het geheugen speelt ook de amygdala een belangrijke rol. De amygdala stuurt informatie door naar de hippocampus.
Met name de voorste gebieden (frontaalkwab) van de hersenschors zijn actief betrokken bij het geheugen. Deze gebieden zijn onderling met elkaar verbonden door zenuwnetwerken. Ook zijn de frontaalkwab en het gebied dat de bewegingen aanstuurt (motorische hersenschors) met elkaar verbonden: vandaar dat bewegen en geheugen met elkaar in verband staan.

De amygdala is hier niet zichtbaar, maar ligt diep in de hersenen, vlakbij de hippocampus.

Het opslaan in de hersenschors gebeurt heel precies: het gebied in de hersenen waar namen van groenten worden onthouden is een ander (klein) gebied, dan het gebied waar de namen van personen worden onthouden en weer in een ander gebied zijn de rekentafels opgeslagen. En om het nog ingewikkelder te maken: die plekken verschillen ook nog een beetje per persoon.Om informatie weer tevoorschijn te kunnen halen, is een goed werkend geheugen van belang. We hoeven, en willen, niet alles te onthouden wat we de hele dag meemaken. Daarom bestaat het geheugen eigenlijk uit twee delen: het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen. Het kortetermijngeheugen slaat informatie gedurende een korte tijd op; het helpt om te onthouden wie we moeten bellen; of het brood op is en we wellicht kaas moeten kopen. Dit kortetermijngeheugen wordt wel gezien als het werkgeheugen.

Soorten geheugen
Bij het langetermijngeheugen gaat het om gebeurtenissen en feiten die we wel langer willen onthouden, bijvoorbeeld belangrijke gebeurtenissen uit ons persoonlijk leven (episodische geheugen). In het langetermijngeheugen zit ook onze algemene kennis, zoals Amsterdam is de hoofdstad van Nederland en New York ligt in Amerika. Deze kennis is een deel van het semantische geheugen. Dat is het geheugen dat ontstaat door het bewust opnemen van kennis (leren). Samen vormen het semantische geheugen en het episodische geheugen het declaratieve geheugen. Onze vaardigheden zoals fietsen of schaatsen zijn ook opgeslagen in het langetermijngeheugen, dat noemen we het procedurele geheugen.Geheugenproblemen
De meeste geheugenproblemen ontstaan door gebrek in aandacht en concentratie. Als we de huissleutels kwijt zijn, komt dat meestal omdat we ze bij binnenkomst gauw ergens neergelegd hebben.

Om achter de oorzaak van geheugenproblemen te komen, kunt u opschrijven wat het geheugenprobleem is en dan na te gaan waar het vandaan kwam. Onderzoek bij uzelf of u wel voldoende aandacht en concentratie heeft gehad voor hetgeen u wilde (moest) onthouden. Alleen dan kunt u ook oplossingen vinden om beter te onthouden. Gun uzelf hier echt de tijd voor. Uzelf onder druk zetten of iets snel moeten doen is slecht voor de werking van het geheugen.

Soms is er iets meer aan de hand
Niet iedereen heeft een goed geheugen, zowel jongeren als ouderen zeggen regelmatig geheugenproblemen te hebben. Ze benoemen de oorzaak voor hun geheugenproblemen echter anders: jongeren geven het jachtige leven de schuld, ouderen hun leeftijd.

Het kan zijn dat mensen zichzelf onder druk zetten om meteen iets te moeten weten. Als dat niet lukt raken ze gestrest. Stress kan het geheugen blokkeren. Ook als iemand weinig zelfvertrouwen heeft in de werking van zijn geheugen kan hij in een vicieuze cirkel raken die de geheugenklachten doen toenemen.

Uit onderzoek blijkt dat beschadigingen in de hersenen kunnen leiden tot geheugenproblemen. De netwerken in de hersenen die helpen bij het goed opslaan van informatie kunnen dan beschadigd zijn. Soms is dat van korte duur en gaat het na enige tijd vanzelf weer over. Het kan echter ook zijn dat de beschadiging in de hersenen zo groot is dat het blijvend is.

Oorspronkelijke tekst is afkomstig van de Hersensthichting / https://www.hersenstichting.nl/

in De gezonde hersenen